Ik wil jullie iets vertellen over mijn werkvakantie in Jamaica. In de zomer van 2006 ben ik 3 weken op het caraïbische eiland Jamaica geweest. Ik ging daar heen met een groep van 36 mensen, waarvan 6 leiding. 10 van deze mensen kwamen van Schouwen-Duiveland. We vertrokken op 4 augustus vanaf Schiphol, via Cuba, naar Jamaica, de luchthaven in Montego Bay. We gingen er heen met de organisatie World Servants. Dit is een landelijke organisatie die projecten in ontwikkelingslanden organiseert. Bij deze projecten worden scholen, huizen en klinieken gebouwd.
In Jamaica hebben wij een school gebouwd in Spring-Mount. In Spring-Mount stond al wel een school, maar deze was veel te klein. Er is al eens eerder een groep van World Servants in Spring-Mount geweest om daar te beginnen aan de bouw van een grotere school. Deze nieuwe school werd om de oude, te kleine school heen gebouwd. Met onze groep hebben we verder gebouwd. We hebben elke doordeweekse dag aan deze school gewerkt. Dit bestond uit: cement maken, metselen, beton maken, vlechtwerk, steigers maken, en ook uit water, cement, beton, stenen, grind, hout en zand sjouwen. Ook moesten we een grote kuil graven van iets meer dan 4 meter diep. Dit was voor een septic tank. Het graven van die kuil viel niet mee, want de grond is daar erg kleiachtig en je komt er veel stenen en rotsblokken in tegen, maar het is uiteindelijk wel gelukt. Bij alle bouwwerkzaamheden hadden we hulp van 3 Jamaicaanse bouwvakkers.
We sliepen met z’n allen in een school die een paar kilometer verderop stond in het dorpje John’s Hall. We sliepen in 2 klaslokalen, jongens en meisjes apart. Het derde lokaal was om in de eten. De lokalen waren best klein, dus als iedereen z’n schuimrubberen matrasje neer had gelegd, lag het vol. Ook had iedereen natuurlijk een klamboe meegenomen, want anders sliep je namelijk niet alleen. Overal liepen kakkerlakken, hagedissen, torren, muggen en andere beesten.
Achter de school waren ook douches, een wasbak en toiletten. De douches waren gemaakt van een houten frame, met daaromheen een zeil. Er was alleen koud water. Er waren 6 douches, maar op 2 daarvan stond nooit druk. De toiletten waren niet veel meer dan een grote kuil met daarop een hokje met een soort gat in de vloer. Toen we hier voor het eerst heen gingen zat het vol met kakkerlakken, duizenden, niet normaal. Sommige mensen zijn gillend weg gerend. Gelukkig waren ze 2 dagen nadat we bestrijdingsmiddel gespoten hadden allemaal dood.
Er was een vrouw, van de plaatselijke bevolking, die iedere dag voor ons kookte. We aten dan ook iedere dag kip met rijst. Op een gegeven moment werd je dat best wel zat.
Omdat we best ver bij een grote stad vandaan zaten, gingen we daar alleen in het weekend heen. We hebben 2x in deze 3 weken in Montego Bay gegeten. Dus 2x iets anders dan kip met rijst. Ook hebben we een keer watervallen bezocht, the Dunn’s River Falls. We zijn 2x naar het strand geweest. De temperatuur van de zee is daar het hele jaar door gemiddeld 26 graden Celsius, dus dat was heerlijk warm. Ondanks dat het heel primitief was, vond ik het super leuk. Je hebt namelijk veel contact met de bevolking zelf en je kunt deze mensen daadwerkelijk helpen.
In de zomer van 2007 ga ik weer met een soortgelijk project mee, maar dan naar Ocara, een dorpje in het noord-oosten van Brazilië, om daar te gaan bouwen aan stenen huizen voor de bevolking. We zijn al weer druk bezig met acties om het benodigde geld bij elkaar te krijgen.
Evelien Vogelaar
Wil je Evelien financieel steunen voor dit project, neem dan contact op met Zonnemaire.eu